Feest van Maria Lichtmis

OPDRACHT VAN DE HEER IN DE TEMPEL - Stel nu dat ze er niet geweest waren, twee oude mensen, Simeon en Hanna. Stel nu dat ze die dag hadden gezegd: “Ach, God zal het mij niet kwalijk nemen als ik vandaag een keer oversla”. Stel dat Simeon die dag juist weer zo’n last had van jicht, of hoest, of dat Hanna weer zo slecht geslapen had, zodat ze dachten: “Ik zal maar even wat langer blijven liggen”. Stel dat Maria en Jozef hadden gedacht: “Waarom zouden we die lange tocht naar Jeruzalem maken, kan die plechtigheid ook niet hier in de synagoge”. Stel dat Maria gedacht had: “Wat kan er mis zijn met mijn kind, waarom zou ik gereinigd moeten worden?” Stel dat Jozef had gedacht: “Laten we gewoon doen, niet overdrijven”.

Het had allemaal zo anders kunnen lopen als een van hen het af had laten weten. Als Maria niet had durven vertrouwen op God, en die groet van die engel had afgewezen. Als Jozef in zijn droom Gods stem had gehoord, maar had gezegd, dromen zijn bedrog. Heel de geschiedenis van Jezus is een aaneenschakeling van kansen op mislukking. Maar het mislukt niet, Maria en Jozef voegen zich op een heel natuurlijke wijze naar de wet van Mozes. Simeon en Hanna zijn gelouterd in het leven en ze zijn op het juiste moment in de tempel. Twee gelouterde mensen die luisteren en gehoorzamen, die er zijn als ze er moeten zijn, uit vrije wil. Die komen uit trouw en in geloof, heel gewoon, steeds weer, en daarom zijn ze er ook als Jezus het huis van God wordt binnengedragen.

Ook wij mogen het huis van God bezoeken. Zomaar in een weekeinde als andere weekeinden, je komt misschien uit gewoonte, uit traditie, uit trouw, of vanuit een innerlijke bewogenheid. En dan lopen we langs de doopvont. Waar we de opdracht van zoveel kinderen aan God vieren, opdat ze voor altijd Gods kind mogen zijn. We lopen langs het kruis en staan stil bij het kruis dat zich ook in ons leven toont, of het kruis dat we bij vrienden en bekenden zien, en dat we mogen helpen dragen. We komen langs het tabernakel, de plaats waar je even kunt knielen, omdat Jezus ons zo’n magnifiek teken heeft nagelaten van zijn blijvende aanwezigheid. We lopen langs het altaar, waar we omheen verzameld worden voor zijn verbondsmaaltijd en waar God ons innerlijk voedt. We lopen langs het Evangelieboek en denken na over de woorden van leven die de Kerk al bijna tweeduizend jaar doorgeeft. We lopen langs het Mariabeeld, waar altijd zoveel kaarsjes branden, waar zoveel mensen een moment van troost vinden.

Gewone plaatsen, waar we wekelijks langs lopen, die zo gewoon zijn dat we ze niet meer zien. Soms is het goed om er even echt bij stil te staan. Wat betekent mijn doopsel voor mij? Hoe diep beleef ik dat ik Gods kind mag zijn, dat God mijn vader wil zijn, dat Jezus is gekomen als onze broeder, dat God zijn Geest heeft geschonken.

Hier in de kerk, als we de Geest de ruimte geven, horen we mooie en troostvolle woorden, maar ook woorden waaraan we ons kunnen stoten. Op dit feest mogen wij vragen om de heilige Geest, die mensen heeft gevonden die met Hem meewerken, die luisteren en daar zijn waar ze moeten zijn.