Het platteland van alle Nederlanders

De voordeur zit op slot, klemt en is duidelijk niet bedoeld om iemand binnen te laten. Toch is het geen probleem om binnen te komen. Aan de achterkant is een deur die duidelijk veel gebruikt wordt. Een paar laarzen staan voor de deur en de deur gaat makkelijk open. Je komt binnen en belandt in een grote keuken. Er is een stoel, er is koffie, nog voor je gezegd hebt waarvoor je eigenlijk komt. Je bent welkom. Dat is de situatie op vele plaatsen op het platteland in ons Twentse landschap. Zo mag ik het steeds weer ervaren als ik bij boeren-bedrijven aan mag komen.

Boer en tuinder zijn in deze tijd lijkt nauwelijks nog op het nostalgische beeld dat wij voorgeschoteld krijgen in de reclame en waar recreërende medemensen uit de stad naar op zoek zijn. Er wordt geboerd op het scherpst van de snede. Voldoende financiële resultaten zijn alleen mogelijk bij zorgvuldige beheersing van kostprijs en van kwaliteit. Een overvloed aan informatie moet verwerkt worden op het gebied van techniek en regelgeving. Voortdurende aanpassing is nodig van de boer en tuinder met wat markt en maatschappij vragen: goedkoop en gezond voedsel dierenwelzijn, natuurschoon, duurzaamheid.

Wie ben je als boer en tuinder in deze omstandigheden? Waar ligt je persoonlijke motivatie om boer en boerin te zijn, wat is voor jou hart en ziel van je bestaan? Geen mens is hetzelfde, maar essentieel voor de meeste boeren en tuinders is dat ze werken ‘met hart en ziel’.

Boeren en tuinders werken dag in dag uit met de Schepping. Het is wonderlijk welke mogelijkheden onze aarde allemaal biedt en welke nieuwe mogelijkheden er steeds weer ontdekt worden. Tegelijkertijd staat ze vaak voor dilemma’s: wat kan wel en wat kan niet? Hoever ga ik, in het ‘bewerken’ van gewas en verrijken van de bodem? Waar ligt de grens tussen meewerken aan Gods Schepping en het uitbuiten van de aarde?

Het wordt de boeren en tuinders in deze keuzes niet eenvoudig gemaakt. De concurrentie is keihard en de druk van hogerop is groter dan ooit. Daarmee ligt er een grote verantwoordelijkheid op de schouders van boeren: elke dag staan ze voor de keuze hoe ze hiermee om willen gaan en welke keuzes ze hierin maken.

Als consument staan we vaak nauwelijks stil bij deze verantwoordelijkheid. Sterker nog, we hebben vaak niet eens oog voor onze eigen bijdrage aan dit proces. We kunnen elkaar vinden, wanneer wij gezamenlijk zorg willen dragen voor een goed product aan de ene kant en een goede prijs aan de andere kant. Ook kunnen wij elkaar vinden, wanneer wij gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de Schepping willen dragen, waarbij zowel boeren, tuinders, als consumenten keuzes maken die leiden tot duurzaamheid en behoud van de Schepping.

Als we het eerste bijbelboek openen in het oude testament dan komen we aan bij Genesis.  Genesis betekent ‘ontstaan’,  ’oorsprong’,  ‘wording’.  Het bijbelboek vertelt namelijk over het ontstaan van de wereld, over de oorsprong van de mensheid en over de wording van het volk Israël Genesis 1, 1-2 ’In het begin schiep God hemel en aarde’. Genesis 1, 26, 28 (nieuwe bijbelvertaling) Toen zei God: “Laten we mensen maken! Mensen die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken. Zij zullen zeggenschap hebben over de vissen in de zee, over de vogels in de lucht, over de dieren op het land, de tamme en de wilde, de grote en de kleine.’  Jullie moeten de aarde aan je onder-werpen, je krijgt zeggenschap over de vissen in de zee, over de vogels in de lucht, over alle dieren op het land.

Er wordt ons verantwoordelijkheid aangezegd vanuit de Schrift voor onze Schepping.  Een verantwoordelijkheid die we niet alleen op de schouders van de boer en tuinder mogen leggen. Nee, het platteland, het gaat ons allen aan. Er wordt ons verantwoordelijkheid aangezegd, verantwoordelijkheid voor ons allen. Het platteland, het gaat ons allen aan.

Ria Doornbusch, Pastoraal werker