Maria en de Olympische spelen

 Deze zomer worden de Olympische spelen gehouden in Tokyo. Duizenden atleten en sportlui trekken ernaartoe om mee te doen aan de diverse wedstrijden en allemaal dromen ze van een ereplaats op het podium, het liefst op de middelste en hoogste plek. Ze strijden allemaal voor een gouden plak.

Die Olympische spelen zijn in de sportwereld een heel bijzondere gebeurtenis, waar men zich jaren op voorbereid in vaak harde training. Iedereen wil graag een plaats op het podium en niemand zoekt het om op de laatste plaats te staan. Zij die een gouden medaille halen, gaan als helden naar huis. De meeste anderen verdwijnen weer in de vergetelheid.

In deze meimaand gedenken we dat Maria de hoogste prijs won die men bedenken kon: het podium waar zij op staat reikt tot in de hemel. Maria wordt alom geëerd als een grote ster, zij is als het ware behangen met gouden plakken.

Natuurlijk mag zij op bijzondere wijze geëerd worden, maar we moeten wel bedenken dat haar ereplaats een totaal andere is dan die van sportsterren en andere kampioenen. Dat wordt al meteen duidelijk gemaakt in de woorden van Maria zelf: van vreugde juicht mijn geest om God omdat hij welwillend heeft neergezien op de kleinheid van zijn dienstmaagd. Maria heeft een ereplaats in het rijk van God, en daarin gelden heel andere regels dan bij de Olympische spelen, heel andere maatstaven dan welke gewoon zijn in onze leefwereld. Hier gaat het niet om de prestaties die jij levert, maar om de roeping van God, de plek die hij je geeft. Hier gaat het niet om competitie en rivaliteit, om de eerste te zijn, maar of je bereid bent mee te werken aan Gods bedoelingen. En bij God komen de geringen, de zwakken, de armen, de hongerenden op het erepodium, als ze tenminste gewoon goed geleefd hebben.

In het rijk van God zijn onze verhoudingen vaak omgekeerd: wie wij als eersten zien, zijn bij hem dikwijls laatsten wie bij ons laatsten zijn, zijn bij hem vaak eersten. Bij hem zijn verliezers vaak de winnaars en andersom. De dienaren komen er voor de bazen, de kleinen voor de groten. We hebben Maria zo omgeven met allerlei titels, dat de ware Maria haast onzichtbaar geworden is.

Maar als we Maria vereren als een soort kampioen, dan doen we de kleinheid van die dienstmaagd tekort, want daarin ligt, in Gods ogen, juist haar grootheid. Als we Maria vereren, dan moet dat in feite voor ons betekenen dat we haar proberen na te volgen op die weg die Jezus gewezen heeft: die weg van dienstbaarheid. En die navolging is de voornaamste eer die we Maria kunnen brengen.

Natuurlijk mogen we haar zien als onze voorspreekster in de hemel. Natuurlijk mogen we haar voorspraak in roepen voor onze intenties, door een gebed of door een kaarsje voor haar op te steken. Maar we moeten op de eerste plaats proberen haar na te volgen in het eenvoudige geloof, dat haar kenmerkt, in de dienstbaarheid die zij inhoud gaf. Maria navolgen is durven geloven in Gods bedoelingen. Maria navolgen is jezelf klein durven maken, dat is niet toegeven aan de bekoring waaraan wij allemaal bloot staan: om boven anderen te willen uitsteken, om meer te zijn dan anderen.

Maria navolgen is steeds eerst kijken wat je voor anderen kunt doen en betekenen, waarmee je anderen van dienst kunt zijn. Als we Maria alleen maar zien als een superster, een persoon om te eren of alleen als een redster in de nood, dan doen we haar grootheid tekort.

In deze meimaand vieren we dat zij op een heel hoog erepodium staat, maar ze moet ook midden in ons leven staan om goed naar haar te kijken, om haar te kunnen navolgen. Dat is het belangrijkste.