Pasen bepaalt de voorjaarskalender

In de kerk is het elke zondag hetzelfde,” verzuchten mensen wel eens! Maar dat is niet waar. Naast een aantal vaste momenten, zijn de teksten en gebeden in elke eucharistieviering juist anders. Dat komt omdat er elke dag iets anders te vieren is. De liturgische kalender zit heel ingenieus in elkaar, waarbij een groot deel van het voorjaar bepaald wordt door het Paasfeest.

Van Aswoensdag tot en met 2e Pinksterdag is een van de zogeheten ‘sterke tijden’. Belangrijkste datum in deze periode is die van Pasen. Dat wordt gevierd op de eerste zondag na de eerst volle maan in het voorjaar. De stand van de maan verschuift en daarom valt Pasen elk jaar op een andere datum. Zes weken vóór Pasen begint de Veertigdagentijd met Aswoensdag (en carnaval) en precies 40 dagen ná Pasen is het Hemelvaart en tien dagen later is het Pinksteren.

De zondagen worden vernoemd naar de periode waar ze bij horen: Eerste Zondag van de Veertigdagentijd, Tweede Zondag van… etc. De Zesde zondag van de Veertigdagentijd is Palmzondag. Met Pasen begint de telling opnieuw: de zondag na Pasen wordt Tweede zondag van Pasen of Beloken Pasen genoemd. Dat telt zo door tot en met de Zevende Zondag van Pasen. Dat is de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Op Tweede Pinksterdag gaat in de liturgie de ‘tijd door het jaar’ verder.

Dan zijn er nog twee nabranders: de zondag na Pinksteren wordt het feest van de Drie-eenheid gevierd en de week erna is het Sacramentsdag.

Zo is de kalender van half februari tot half juni gevuld met de voorbereiding op en de viering van de Verrijzenis van Christus, met elke dag een eigen betekenis. De kerk is juist helemaal niet saai. Er is elke dag wat te doen!