Kijk naar de vogels in de lucht

Vogels komen bijna overal voor. En omdat ze verschillen qua grootte, kleur, zang, gewoonten en vliegkunsten, is vogels spotten een leuke hobby. Zelfs door het keukenraam kunt u de dagelijkse bezigheden van vogels volgen: een merel die naar wormpjes pikt, een zwaluw die op insecten jaagt, een duif die een vrouwtje het hof maakt, een koolmeesje dat af en aan vliegt om een nest te bouwen of puttertjes die hun hongerige kleintjes voeden.
Sommige vogels, zoals arenden, valken en haviken, zijn indrukwekkend door de manier waarop ze door de lucht zweven. Andere zijn vooral komisch: denk maar aan mussen die kibbelen om een stukje brood, een duif die parmantig loopt te paraderen om indruk te maken op een verwaand vrouwtje of een groep kakelende roze kaketoes die ondersteboven aan een kabel hangen omdat ze hun evenwicht verloren hebben. En dan is er nog de vogeltrek; ooievaars, kraanvogels en ganzen leggen al duizenden jaren enorme afstanden af, en dat met een feilloos gevoel voor navigatie en timing.

De Bijbel gebruikt vaak het voorbeeld van vogels om levenslessen over te brengen. Een aantal van de mooiste uitspraken over vogels is door Jezus gedaan. Zo staat er in Mattheüs 6:26: „Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?” Die ontroerende illustratie geeft Jezus’ volgelingen de verzekering dat God ze waardevol vindt.

Maar in de Bijbel worden vogels vaker gebruikt om iets duidelijk te maken. Ze waren erbij, meteen vanaf het begin. Als God de hemel en de aarde heeft geschapen, het water en het land, zijn de vogels samen met de zeedieren de eerste levende wezens die Hij maakt. In allerlei soorten en maten schiep Hij ze, en ze werden talrijk.

De duif: Ze waren er ook bij in de ark van Noach; van elke soort mochten er twee mee toen God de wereld onder water zette en het waren de vogels die de weg wezen naar het droge land, naar de nieuwe wereld. Dan laat Noach een duif los. De eerste keer komt deze weer terug – het is nog niet droog. De tweede keer komt de duif terug met een olijftak – er is al een begin van nieuw leven, van hoop. In het tweede Testament lezen we dat God zich tijdens de doop van Jezus laat zien in de gedaante van een duif om Zijn Zoon te bemoedigen. Je zou kunnen zeggen dat de heilige Geest toen de ‘postduif ’ van God was, met een berichtje uit de hemel. De duif werd het symbool van het nieuwe leven en staat vaak afgebeeld op doopvonten. En in de vroege christelijke kerk werden met Pinksteren duiven in de kerk losgelaten.

De arend: Vroeger dachten mensen dat de arend hoger vloog dan elke andere vogel. Ook zou het de enige vogel zijn die rechtstreeks in de zon kon kijken zonder verblind te worden. In de vroege christelijke kerk was de arend daarom het symbool van Christus, omdat Hij in het verblindend licht van God kan kijken. Daarnaast symboliseert de arend de apostel Johannes, de man die blijk gaf van een scherpe blik voor het geheim van God in Christus. Om die reden staat op oude preekstoelen soms een uitgesneden arend.

Vogels spotten is dus niet zo vreemd. En als we ze goed observeren, kunnen we waardevolle levenslessen leren.

Kijkt u ook naar ‘de vogels in de lucht’?