Bevrijdingsdag

Op zaterdag 5 mei vieren wij onze Bevrijdingsdag, de Dag van de Vrijheid. Vrijheid is uiteraard een groot goed voor wie de oorlog, gevangenschap of onderdrukking meemaakt of heeft meegemaakt. Aan hen denken we op 4 mei, tijdens onze Dodenherdenking. En ook wie dagelijks een strijd heeft te leveren met zichzelf of met zijn omgeving, beseft maar al te goed, dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid is een niet vanzelfsprekend en daarmee een bijzonder kostbaar goed. Dat vieren wij op deze dag van de vrijheid.

Hoeveel mensen in Nederland zouden er op 5 mei bij ‘vrijheid’ nog aan het christelijk geloof denken? Toch spreekt juist het christelijk geloof veelvuldig over vrijheid. De apostel Paulus in het Nieuwe Testament zegt zelfs dat het kenmerkend is voor christenen dat zij vrije mensen zijn. Je bent tot vrijheid geroepen, dat is je bestemming, schrijft hij.
Christelijke vrijheid is volgens de apostel Paulus dan ook een heel andere vrijheid, namelijk één die niet te maken heeft met boeien en kerkers. Hij spreekt over een geestelijke vrijheid, een vrijheid waarin mensen zich niet beheerst voelen. Een innerlijke vrijheid, zou je ook kunnen zeggen. Innerlijke vrijheid wordt wel omschreven als ‘de vrijheid om te zijn wie je bent, niet gehinderd door innerlijke belemmeringen’. Innerlijke belemmeringen zoals al die zorgen die mensen zich vaak maken. Al die zorgen die je leven zo kunnen beheersen. Ook Jezus roept de mensen op om zich geen zorgen te maken, maar om juist zorgeloos te zijn. Innerlijk vrij, zou je ook kunnen zeggen. Zorgeloosheid is volgens Hem geen vlucht voor de realiteit, integendeel. Het gaat bij hem niet over een zorgeloos bestaan, zo’n zwitserlevengevoel. Het is niet een ontkomen of ontsnappen aan alles wat er in je leven op je bordje komt. Zijn oproep moet je lezen in de grote context van de Bergrede, die redevoering , waarin het gaat over de houding die mensen kunnen aannemen in hun leven tegenover zichzelf en de ander. Over de keuzes die je daarin kunt maken, ook in het omgaan met de zorgen van alledag. Want die zijn er altijd weer. Ja, zorgeloosheid vereist soms ook moed. Vrijheid en moed gaan hand in hand, zingt ons volkslied.: ‘Vrij onverveerd’ .
God legt zijn vleugels van genade beschermend om hem heen als vriend lezen we in psalm 91. De vleugels van God die je beschermen. Dit is een beeld dat vaak terugkomt in de Bijbel: het beeld van de arend die boven haar jongen vliegt als ze hen leert vliegen. Is er een jong dat dreigt te vallen, dan maakt de arend een duik en gaat onder dat jong vliegen. De dichter van deze psalm heeft iets gezien van hoe God omgaat met de mens en wat God voor mensen doet: waken, beschermen, dragen, in de gaten houden. Daar komt veel troost in mee: wat een liefdevolle zorg besteedt God aan zijn mensen.
Deze psalm is een psalm vol van vertrouwen. En juist hierin bestaat mijn innerlijke vrijheid als mens. Namelijk in een vrijheid die voortvloeit uit dit vertrouwen. Ik kan pas werkelijk innerlijk vrij zijn, zorgeloos zijn als ik mij gedragen weet en mij daaraan mag toevertrouwen. Vertrouwend op God, die eeuwige bron van leven, die als een arend haar vleugels onder mij uitstrekt. Vertrouwend op God die voor me zorgt, mijn zorgen en lasten voor me wil dragen.